1901 — 1971 / Uitgeverij

George
Houyoux

Belgische literatuur doorgeven via het boek, artistieke vriendschap en een veeleisende uitvoering.

Livres publiés par les Éditions des Artistes
Oorsprong

De oudere broer, de dichter van de familie

George Houyoux wordt op 1 februari 1901 geboren in Ukkel. Als oudere broer van Maurice wordt hij in de familiearchieven beschreven als de dichter van de familie. Na studies in chemie en daarna wetenschappen kiest hij uiteindelijk voor het boek. In Parijs gaat hij om met de broers Crommelynck, werkt hij bij Gründ en opent hij vervolgens een boekhandel in de rue Sainte-Anne, gespecialiseerd in originele uitgaven van Franse en Belgische dichters. Terug in Brussel richt hij in 1935 de Éditions des Artistes op en bouwt hij een fonds uit met poëzie, theater, romans, essays, kinderboeken en bibliofiele uitgaven.

Portrait de George Houyoux
Portret van George Houyoux door Albert Crommelynck.
1960

George Houyoux door Marcel Broodthaers

Deze fotografische opname van George Houyoux, gemaakt door Marcel Broodthaers in 1960, krijgt een bijzondere betekenis omdat ze twee momenten met elkaar verbindt: de uitgever die nog actief is en begaan met poëzie en zeldzame boeken, en Broodthaers, die net Minuit bij Houyoux heeft gepubliceerd voordat hij enkele jaren later de overstap maakt naar een belangrijk artistiek onderzoek. De foto wordt zo een overgangsdocument tussen literatuur, uitgeverij en hedendaagse kunst.

George Houyoux photographié par Marcel Broodthaers
George Houyoux gefotografeerd door Marcel Broodthaers, 1960.
1935

Les Contes d’Horace Van Offel

Na Cloche interdite en Ogives publiceert George Houyoux in 1935 zijn eerste grote bibliofiele boek. Les Contes d’Horace Van Offel bundelt 22 verhalen, elk vergezeld van een gravure. De oplage is beperkt tot 396 exemplaren, waaronder exemplaren op Japans parelmoerpapier. Het werk brengt een constellatie van kunstenaars uit het interbellum samen, van James Ensor tot Léon Spilliaert, Frans Masereel, Albert Crommelynck, Edgar Tytgat en Maurice de Vlaminck. Het is een intentieverklaring: bij Houyoux moet het boek een literaire én plastische manifestatie van hoge kwaliteit worden.

1937

Les poèmes d’Odilon-Jean Périer

Les Poèmes d’Odilon-Jean Périer verschijnt met zes originele lithografieën van Albert Crommelynck. Périer, die op zevenentwintigjarige leeftijd vroegtijdig overlijdt, had meerdere bundels en een roman gepubliceerd en aan verschillende tijdschriften meegewerkt, waaronder de NRF. Het jaar 1937 betekent ook erkenning voor George Houyoux: in Parijs ontvangt hij een gouden medaille op de Exposition Universelle des Arts et Techniques, als beste Franstalige uitgever voor zijn volledige productie. De band loopt door in de openbare ruimte: de Fontaine du Poète, ontworpen in 1949 door Maurice Houyoux en Joseph Diongre, eert Odilon-Jean Périer aan de ingang van het Ter Kamerenbos.

1941

La Servante au miroir

Marcel Lecomte, dicht bij de Belgische avant-garde, de modernisten van Sept Arts en later het surrealisme, publiceert bij George Houyoux La Servante au miroir: vier verhalen met zeven tekeningen van Léon Spilliaert. Lecomte heeft oog voor verrassingen, toevalligheden en de kracht van het ogenblik; hij ziet in het kunstwerk een magische spiegel. De uitgave verbindt zo twee belangrijke gevoeligheden: de schriftuur van Lecomte en het grafische universum van Spilliaert. George Houyoux bevestigt hier zijn rol als bemiddelaar tussen Belgische literatuur, tekening, verzorgde uitgave en kunstenaarsnetwerken.

Années 1940

Collectie Pomme d’api

Tijdens de oorlog verschuiven de Éditions des Artistes sterk naar jeugdliteratuur. George Houyoux geeft 37 boeken voor jonge lezers uit, waarvan 32 tussen 1940 en 1945. Élisabeth Ivanovsky speelt daarin een centrale rol: zij creëert twee kindercollecties, Sans souci en vooral Pomme d’api. Die laatste onderscheidt zich door haar formaat, haar middelenbeheersing en haar grafische inventiviteit in een context van schaarste. De vierentwintig kleine boeken van Pomme d’api vormen een echte miniatuurbibliotheek: levendig, populair en zeer herkenbaar.

1944

Alphabet sentimental

Alphabet sentimental, in kwatrijnen gezet door Benoît Braun, geïllustreerd door Élisabeth Ivanovsky en voorafgegaan door een voorwoord van Paul Fierens, behoort tot die stroming waarin het kinderboek een terrein voor grafische vernieuwing wordt. Het werk combineert letter, beeld, taalspel en decoratieve elegantie. Ivanovsky verandert het alfabetboek in een gevoelig, bijna ceremonieel object, waarin elke letter een klein theater wordt. Voor George Houyoux bewijst dit soort uitgave dat het kinderboek niet secundair is: het kan even veeleisend, opgebouwd en visueel ambitieus zijn als een bibliofiel boek.

1957

Du pain noir et des roses

Du pain noir et des roses bundelt aforismen van Marcel Havrenne, met een voorwoord van Jean Paulhan. Havrenne behoort tot een zeer actief Belgisch poëtisch milieu, gevoelig voor kruisingen tussen surrealisme, Dada, CoBrA en Phantomas. Het werk verdicht een korte, dense gedachte, opgebouwd uit beelden en spanningen. Het toont de blijvende smaak van George Houyoux voor veeleisende, minderheids-teksten die commercieel soms moeilijk te plaatsen zijn, maar essentieel blijven in een Belgische literaire cartografie.

1954

La Manivelle du Château

Met La Manivelle du Château geeft Paul Colinet de collectie La Tarasque een uitzonderlijke verbale energie. Colinet weigert de nuttigheidstaal: woorden moeten niet alleen dienen, ze moeten hun slapende dubbelgangers wakker maken. De tekst voedt zich met onverwachte beelden, absurde verbanden en een vrijheid dicht bij het surrealisme. George Houyoux publiceert hier een boek dat perfect bij zijn visie past: een uitgave voor teksten die hij waardeert, zonder te buigen voor commerciële evidentie.

1960

Minuit, Marcel Broodthaers

Minuit verschijnt in 1960 bij George Houyoux, op het moment dat hij een filiaal in Parijs heeft. Het is de eerste en enige bundel die Marcel Broodthaers niet in eigen beheer uitgeeft. De oorspronkelijke titel was Une tache d’ancre; drukker Henri Kumps maakt zelfs een kleine fout op sommige exemplaren, met een dubbele afdruk van de titel op de omslag. De oplage bedraagt 225 exemplaren, waaronder een twaalftal luxere exemplaren met als frontispice een originele aquarel van Serge Vandercam. Vandaag krijgt het boek een bijzondere betekenis door het latere parcours van Broodthaers, die een sleutelfiguur van de 20e-eeuwse kunst werd.

Bibliografie
  • Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, Nouvelle biographie nationale, tome 13, 2016, p. 183-185.
  • Notice “George Houyoux”, dans Delzenne Yves-William et Houyoux Jean, Le Nouveau Dictionnaire des Belges, Bruxelles, Le Cri, 1998.
  • Gérard Catherine, George Houyoux, Éditeur. Essai de catalogue des Éditions des Artistes, mémoire, 1994-1995.
  • Quaghebeur Marc, Éléments pour une étude du champ littéraire belge francophone de l’après-guerre, Textyles, hors série n°2, 1997.
  • Klinkenberg Jean-Marie et Denis Benoît, La Littérature belge, Espace Nord, 2005.
  • Robert Paul, Histoire de la littérature belge, Partie IV : 1940-1960.
  • Quaghebeur Marc, Littérature et fonctionnement idéologique en Belgique francophone, dans La Belgique malgré tout, 1980.
  • Trousson Raymond, Cels Jacques, De Decker Jacques, Engel Vincent, Goosse André, Delsemme Paul, 1920-1995, un espace-temps littéraire, 1995.
  • Meurant Georges, Elisabeth Ivanovsky. Sur la page blanche, tout est possible, MeMo, 2017.
  • Picaud Carine, Élisabeth Ivanovsky. Une vie de dessins, Revue de la BNF, 2016/2.
  • Richter Florence et Ost François, La Tribu Bodart-Richter, Entre écologie et poésie, AML, 2023.
  • Defourny Michel, Le livre et l’enfant, De Boeck Supérieur, 2009.
  • Dozo Björn-Olav et Provenzano François, Historiographie de la littérature belge, ENS Éditions, 2014.
  • Defourny Michel et Pinhas Luc, Situations de l’édition francophone d’enfance et de jeunesse, L’Harmattan, 2008.
  • Verstraete-Hansen Lisbeth, Littérature et engagements en Belgique francophone, P.I.E.-Peter Lang, 2006.
  • Hellens Franz, Documents secrets, 1905-1956, Albin Michel, 1958.
  • Delève Ernest, étude d’Edmond Kinds, Seghers, 1973.
  • Palais des Beaux-Arts, Les Beaux-Arts, numéros 173-212, 1935.
  • Peignot Charles (dir.), Arts et métiers graphiques, numéros 51-55, Hachard et cie., 1936.
  • Sojcher Jacques, La Belgique malgré tout, Éditions de l’Université de Bruxelles, 1980.
  • Houbart-Wilkin Suzanne, Marcel Lecomte aux Musées royaux des beaux-arts, Bulletin des Musées royaux des beaux-arts de Belgique, 1970.
  • La Revue de Paris, numéros 1-6, 1969, à propos des Poèmes du dimanche.
  • Société des bibliophiles et iconophiles de Belgique, Le Livre et l’estampe, volumes 50-51, 2004.
  • Magazine littéraire, Le courrier de la poésie, numéros 84-95, 1974.
“Uitgeven is een zichtbare vorm geven aan vertrouwen.”